Tijdens ons webinar over het mobiliteitsbudget stelden HR-professionals en werkgevers heel wat concrete vragen. Over de TCO-berekening, deeltijdse werknemers, de rol van de werkgever bij weigering en de pilaarstructuur: de praktijk vraagt om heldere antwoorden.
We bundelen hieronder de 15 meest gestelde vragen, met directe, praktische antwoorden.
Belangrijk: vragen 8 en 10 verwijzen naar wetgeving die nog niet is uitgevaardigd. We gebruiken daarvoor bewust voorzichtige formuleringen. Wacht de officiële wettekst af alvorens je beleid te wijzigen.
1. Is het mobiliteitsbudget gebaseerd op het brutoloon of op de kost van de wagen? Wat bij overgang naar 4/5 voor ouderschapsverlof?
Het budget wordt berekend op basis van de TCO (Total Cost of Ownership) van de bedrijfswagen, de totale werkgeverskost (leasing, brandstof, verzekering, CO₂-solidariteitsbijdrage, niet-aftrekbare btw, enzovoort). Het brutoloon van de werknemer dient enkel als plafond: het budget mag niet meer bedragen dan 1/5 van het totale jaarlijkse brutoloon, met een absoluut maximum van €17.244 voor 2026.
Bij overgang naar deeltijds werk (inclusief ouderschapsverlof of 4/5-regime):
- de 20%-plafondregeling blijft gebaseerd op het voltijdse brutoloon, ook bij deeltijds werk
- als een werknemer na toetreding deeltijds gaat werken, blijft het budget ongewijzigd, tenzij de deeltijdse regeling het recht op een wagen doet vervallen volgens de car policy (dan eindigt het mobiliteitsbudget)
- voor werknemers die vóór toetreding al deeltijds werken, gelden dezelfde regels: het recht op een wagen is het criterium, niet de arbeidsregeling op zich
2. Als de werknemer eerst een bedrijfswagen kiest en na een jaar toch het mobiliteitsbudget wil, kan de werkgever weigeren?
Ja. De werkgever is niet verplicht de aanvraag te aanvaarden, maar moet zijn beslissing motiveren op basis van objectieve criteria. Een weigering zonder motivering is juridisch niet geldig.
In de praktijk bepaalt de mobiliteitsbudgetpolicy van het bedrijf vaak dat de werknemer zijn overstapverzoek enkel kan indienen op het einde van de lopende leaseperiode.
3. Werken jullie dan met een TCO-budget?
Ja. In het kader van het mobiliteitsbudget is het budget van de werknemer altijd gebaseerd op de TCO van de wagen waarop hij of zij recht heeft.
De TCO omvat: leasinghuur of huurprijs, brandstof, verzekering, CO₂-solidariteitsbijdrage, niet-aftrekbare btw, vennootschapsbelasting op niet-aftrekbare autokosten, onderhoud, banden en diverse kosten (laadpaal, parking, enz.). Een eventuele persoonlijke bijdrage van de werknemer wordt in mindering gebracht op de TCO.
4. Een wagen via salarisruil is geen bedrijfswagen? Klopt dat?
Correct. Enkel bedrijfswagens die niet via salarisruil worden aangeboden komen in aanmerking voor het mobiliteitsbudget.
5. Is pijler 1 niet verplicht aan te bieden?
Correct. Pijler 1 (zero-emissie bedrijfswagen) is volledig facultatief voor de werkgever. Pijler 2 is wettelijk verplicht: de werkgever moet die altijd aanbieden. Pijler 3 is automatisch: als de werknemer zijn volledige mobiliteitsbudget niet gebruikt via pijler 1 en/of pijler 2, wordt het resterende saldo automatisch als nettocash uitbetaald.
6. Vanaf 2 dagen telewerk, kan de werknemer huisvestingskosten of huur inbrengen in pijler 2?
De basisregel: elke werknemer die woont binnen een straal van 10 km van de voornaamste arbeidsplaats kan het mobiliteitsbudget gebruiken voor de terugbetaling van zijn hypothecair krediet of huur.
De voornaamste arbeidsplaats wordt maandelijks bepaald op basis van het aantal effectief gepresteerde dagen per locatie, met name de locatie waar de werknemer fysiek het meeste aanwezig was.
- bij meer dan 50% telewerk (gemiddeld meer dan 2,5 dagen per week) wordt het thuisadres de voornaamste arbeidsplaats. Dat adres bevindt zich per definitie op minder dan 10 km van zichzelf, waardoor de voorwaarde automatisch vervuld is.
- bij 2 dagen telewerk op 5 (40%) is het thuisadres niet automatisch de voornaamste arbeidsplaats; de voorwaarde is niet gegarandeerd en de situatie is hoogstwaarschijnlijk niet in aanmerking komend
7. Hoe bepaal je het budget voor volledig afgeschreven eigen voertuigen?
Voor wagens die rechtstreeks door het bedrijf zijn aangekocht (niet via leasing), wordt in de TCO een jaarlijkse last opgenomen gelijk aan de aankoopprijs gedeeld door 5 (afschrijving over 5 jaar). De TCO is dus niet rechtstreeks afhankelijk van de boekhoudkundige restwaarde van de wagen.
8. Over het aantal werknemers voor de toekomstige verplichting: is dat per juridische entiteit? Aantal hoofden of VTE? Tellen flexi-jobs mee?
Wetgeving nog niet van kracht. Deze vragen zijn nog onbeantwoord. Het is aangewezen de officiële wettekst af te wachten voor alle verduidelijkingen over de telmethode, het type werknemers en het exacte toepassingsgebied (juridische entiteit of groep). De officiële wetteksten zullen deze onduidelijkheden wegnemen.
9. Wat als werknemers de wagen nodig hebben voor klantbezoeken (bv. consultants of verkopers)? Kunnen ze worden uitgesloten?
Ja. Het is mogelijk om bepaalde categorieën werknemers uit te sluiten van de mobiliteitsbudgetpolicy, met name wanneer de wagen functioneel onmisbaar is voor de functie (bv. verkopers die structureel klanten bezoeken).
Die uitsluiting moet worden gemotiveerd op basis van objectieve criteria en moet uniform en coherent worden toegepast binnen vergelijkbare functies.
Daarnaast is het belangrijk om de behandeling van professionele verplaatsingen in de TCO-berekening te verduidelijken:
- als professionele verplaatsingen uit de TCO worden gehouden, kan de werkgever deze kosten apart blijven vergoeden (bv. kilometervergoeding bij gebruik van het privévoertuig)
- als professionele verplaatsingen in de TCO zijn opgenomen, moet de werknemer zijn klantbezoeken organiseren binnen zijn mobiliteitsbudget
10. Kan het maximumbudget voor pijler 2 worden toegepast vanaf 1 juli 2026, of pas vanaf 1 januari 2027?
Wetgeving nog niet van kracht. Voorlopig blijven de huidige geldende regels van kracht. Wacht de officiële wettekst af om te weten wanneer eventuele regelwijzigingen ingaan.
11. Moet de werknemer zijn huisvestingskosten aantonen, of volstaat een eerverklaring?
Er bestaat geen strikte wettelijke verplichting als zodanig. Maar bij een fiscale controle of RSZ-controle moet de werkgever kunnen aantonen dat de werknemer in aanmerking komt voor de terugbetaling van huisvestingskosten.
Via het Monizze-platform vragen wij de werknemer een kopie van zijn huurcontract of zijn hypothecaire kredietovereenkomst te bezorgen. Zo beschikt de werkgever meteen over de nodige documentatie bij controle.
12. Wat is de relatie tussen pijler 2 en de verplichting om een sociaal abonnement aan te bieden voor woon-werkverkeer?
Het principe is dat de situatie vóór de overstap naar het mobiliteitsbudget ongewijzigd blijft. Er zijn twee situaties:
- De werkgever stelde een bedrijfswagen ter beschikking zonder aanvullende terugbetaling van woon-werkverkeer: met het mobiliteitsbudget verandert er niets. Er is geen extra vergoeding voor woon-werkverkeer; de werknemer gebruikt zijn mobiliteitsbudget voor die verplaatsingen.
- De werkgever stelde een bedrijfswagen ter beschikking én vergoedde het woon-werkverkeer (bv. openbaar vervoersabonnement) gedurende meer dan 3 maanden vóór de overstap: beide voordelen kunnen naast elkaar bestaan. De werknemer geniet dan zijn mobiliteitsbudget én blijft zijn woon-werkvergoeding ontvangen.
13. Kan de werknemer na 1 of 2 jaar terugkeren naar een bedrijfswagen?
Ja, dat is mogelijk. De terugkeermodaliteiten worden rechtstreeks bepaald in de mobiliteitsbudgetpolicy van het bedrijf. Een terugkeer kan echter enkel met akkoord van de werkgever en binnen de voorwaarden van die policy.
14. Hoe verhoudt het mobiliteitsbudget zich tot de verplichtingen tegenover arbeiders in PC 124?
De verplichtingen van PC 124 (bouw) blijven op de klassieke manier van toepassing. Het mobiliteitsbudget werkt parallel en is uitsluitend gekoppeld aan de omzetting van het recht op (of de terbeschikkingstelling van) een bedrijfswagen naar een mobiliteitsbudget.
Belangrijk: de wetgeving op het mobiliteitsbudget (inclusief de komende wijzigingen) heeft geen betrekking op woon-werkverplaatsingen of algemene sectorale verplichtingen. Beide systemen zijn volledig los van elkaar.
15. Een werknemer kiest de fiets (pijler 2) voor woon-werkverkeer, maar gebruikt bij uitzondering een poolvoertuig voor professionele verplaatsingen. Telt het poolvoertuig mee?
Er zijn twee situaties te onderscheiden:
- Het bedrijf stelt zijn wagenpark gratis ter beschikking voor professionele verplaatsingen: geen probleem. Beide zijn volledig verenigbaar. De kosten van het poolvoertuig blijven ten laste van de werkgever, onafhankelijk van het mobiliteitsbudget.
- Het bedrijf stelt zijn wagenpark ter beschikking via een applicatie, tegen betaling door de werknemer: in dat geval kan de gebruikskost rechtstreeks in mindering worden gebracht op het mobiliteitsbudget van de werknemer (pijler 2).
Meer weten?
Heb je nog vragen over het mobiliteitsbudget of wil je weten hoe Monizze je hierbij ondersteunt?