Meer dan 85% van de bedrijven die in 2027 verplicht een mobiliteitsbudget moeten aanbieden, zijn er vandaag nog niet mee bezig. Dat blijkt uit onderzoek van Acerta. De deadline voor werkgevers met 50 of meer medewerkers staat op 1 januari 2027. Dat klinkt ver weg. Wie wacht tot na de zomer, zal merken dat het om meer gaat dan een administratieve formaliteit.
De federale regering keurde op 9 januari 2026 een voorontwerp van wet goed dat de verplichting regelt. Het mobiliteitsbudget bestaat al vrijwillig sinds 2019. Voor een grote groep werkgevers wordt het nu een wettelijke plicht. De vraag is niet meer of je het moet invoeren, maar hoe je het goed doet.
In dit artikel vind je een concreet antwoord op drie vragen: geldt de verplichting voor jouw bedrijf, hoe werkt het mobiliteitsbudget in de praktijk, en wat moet je vandaag al regelen?
Geldt de verplichting voor jouw bedrijf? Dit zijn de twee voorwaarden
Niet elk bedrijf valt onder de nieuwe regels. Er zijn twee cumulatieve voorwaarden.
Voorwaarde 1: bedrijfsgrootte bepaalt de deadline
| Bedrijfsgrootte | Verplichting van toepassing? | Deadline |
|---|---|---|
| 50 of meer medewerkers | Ja | 1 januari 2027 |
| 15 tot en met 49 medewerkers | Ja | 1 januari 2028 |
| Minder dan 15 medewerkers | Nee | Permanent vrijgesteld |
De drempel geldt voor het totale personeelsbestand — niet enkel voor medewerkers met een bedrijfswagen.
Voorwaarde 2: minstens 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking gesteld
Je moet al langer dan 36 maanden bedrijfswagens aanbieden. Die periode mag onderbroken zijn geweest. Heb je pas recent een wagenpark opgestart? Dan val je buiten de verplichting tot die 36 maanden bereikt zijn.
Een voorbeeld: een bedrijf met 80 medewerkers en een wagenpark van vijf jaar is verplicht om het mobiliteitsbudget aan te bieden vanaf 1 januari 2027. Een bedrijf van 35 medewerkers met een wagenpark van vier jaar heeft tot 1 januari 2028 de tijd.
Belangrijk: medewerkers blijven altijd vrij om hun bedrijfswagen te houden. De verplichting legt de keuze bij de werkgever om de optie aan te bieden — niet bij de medewerker om die te nemen.
Wat medewerkers met hun budget kunnen doen: de drie pijlers
Het mobiliteitsbudget is onderverdeeld in drie pijlers. Als werkgever bepaal je welke pijlers je aanbiedt. Medewerkers kiezen vervolgens zelf hoe ze hun budget inzetten.
Pijler 1 — een emissievrije bedrijfswagen
Medewerkers ruilen hun huidige wagen in voor een voertuig zonder CO2-uitstoot. Vanaf 1 januari 2026 moet de wagen in pijler 1 volledig emissievrij zijn. Het resterende budget vloeit door naar pijler 2 of 3.
Pijler 2 — duurzame mobiliteit (fiscaal het meest voordelig)
Budget in pijler 2 is vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing én RSZ. Dat maakt deze pijler voor de meeste medewerkers de interessantste keuze. Mogelijke bestedingen:
- abonnementen voor openbaar vervoer
- deelmobiliteit (auto, fiets, step)
- aankoop of leasing van een fiets (elektrisch of klassiek)
- woonkosten dicht bij de werkplek
Pijler 3 — het saldo in cash
Wat overblijft na pijlers 1 en 2 kan als cash worden uitbetaald. Hierop is een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% verschuldigd. Dit maakt pijler 3 de minst voordelige optie, maar wel een optie die je als werkgever kunt opnemen.
Zo bereken je het juiste bedrag: de TCO-methode in drie stappen
Het mobiliteitsbudget is gebaseerd op de Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen die de medewerker inruilt. Die omvat alle kosten: leasing of aankoop, onderhoud, verzekering, brandstof en fiscaliteit.
De berekening verloopt in drie stappen:
- bepaal de jaarlijkse TCO van de bedrijfswagen per medewerker
- controleer de wettelijke grenzen — in 2026 minimum €3.233 en maximum €17.244 per jaar. Het budget mag niet meer bedragen dan een vijfde van het totale brutoloon
- stel het individuele budget vast per medewerker op basis van stap 1 en 2
Twee aandachtspunten:
- de bedragen worden jaarlijks geïndexeerd
- bij een lopend leasecontract mag je als werkgever wachten tot het contract vervalt voor je de medewerker de keuze aanbiedt
Geen twee medewerkers hebben automatisch hetzelfde budget. TCO varieert per wagen. Een correcte berekening voorkomt fouten achteraf.
In 5 stappen klaar voor 1 januari 2027
Een mobiliteitsbudget invoeren vraagt meer tijd dan de meeste HR-teams verwachten. Wie nu begint, legt een stabiele basis en vermijdt haastwerk vlak voor de deadline.
- check je scope — tel het totale personeelsbestand en check hoelang je al bedrijfswagens aanbiedt
- breng je wagenpark in kaart — welke medewerkers hebben een bedrijfswagen, wat is de TCO per wagen, wanneer lopen de leasecontracten af?
- bereken de individuele budgetten — op basis van TCO per medewerker en de wettelijke grenzen
- kies een beheerplatform — het vereenvoudigt de administratie, van budgetbeheer tot terugbetalingen in pijler 2
- communiceer tijdig — leg de keuze uit, geef concrete voorbeelden per pijler en plan voldoende tijd voor vragen
Praktisch advies: wacht niet tot lopende leasecontracten aflopen om te beginnen met de voorbereiding. De implementatie — keuze van platform, berekeningen en interne communicatie — vraagt minstens drie tot zes maanden.
Nu starten, haastwerk vermijden
Het mobiliteitsbudget wordt een vast onderdeel van het loonpakket bij duizenden Belgische bedrijven. De deadline voor werkgevers met 50 of meer medewerkers staat op 1 januari 2027 — en het overgrote deel is er nog niet klaar voor. Wie nu begint, vermijdt haastwerk en maakt van de verplichting een concrete meerwaarde voor medewerkers.